home

PROJECTEN

ZONDAG VAN DE ARBEID
BIDDAG VOOR GEWAS EN ARBEID
DANKDAG VOOR GEWAS EN ARBEID

WERKLOOSHEID: KERENDE KANSEN …
Werkloosheid, welke oplossingen?

Biddag, Zondag van de arbeid, Dankdag - Werkloosheid: kerende kansen...Door Hub Crijns

Het is crisis en de werkloosheid neemt toe. Hoe dit grote probleem op te lossen? Er zijn meerdere soorten werkloosheid en dus ook meerdere oplossingen (lees meer in tijdschrift Ondersteboven 2010-1 themanummer Werkloosheid: kerende kansen, € 2,50; bestel: info@disk-arbeidspastoraat.nl).

Bij de structurele kwalitatieve werkloosheid wordt sterk ingezet op technologische vernieuwing, het bereiken van een hoger kennisniveau, het openbreken van nieuwe markten. Dat inzetten wordt bevorderd met subsidies en investeringen van de overheid, vooral richting bedrijven die gelokt worden zich in Nederland te vestigen. Vraag naar en aanbod van arbeid wordt bevorderd door te flexibiliseren. Twee halve banen zijn net zo goed als één hele. Meer mensen kunnen in ploegendienst evenveel of meer presteren. Men probeert schotten weg te halen en belemmerende regels op te ruimen. Alle nadruk ligt op het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen. Dat kan door de uitbreiding van investeringen (meer geld erin), matiging van lonen (minder kosten), behoud van en herverdeling van bestaande arbeidsplaatsen, matiging van andere productiekosten (denk aan reclame, transport, energie, grondstoffen). Eerdere recepten haalden oudere werknemers vroeger dan hun pensionering uit het betaalde werk ten gunste van jongeren en vrouwen. Nu wordt sterk gedacht aan met zijn allen langer doorwerken, zowel in de gemiddelde werkweek als in een arbeidsleven.
Bij de kwantitatieve structurele werkloosheid ligt de nadruk op meso- en microgebied. In de arbeidsbemiddeling wordt thans sterk gewerkt met mobiliteitscentra. Allerlei gemeenten maken regionale werkgelegenheidplannen, waarbij ze investeringen naar voren halen en mensen herplaatsen in de regio. Men probeert mensen zo lang mogelijk in hun banen te houden, zodat kennis en ervaring niet weglekken. Er is veel aandacht voor scholing: her-, om- bij- en nascholing. Jeugdigen krijgen tot 27 jaar garanties van een koppeling van scholing en werken. Via het middel van trajecten rond scholing, ervaring opdoen, probeert men mensen individueel weer vaardig en competent te maken voor betaald werk. De eisen rond wat mensen geacht worden te doen worden strenger en de omschrijving van passend werk is sterk verruimd.
Bij de conjuncturele werkloosheid wordt geprobeerd de bestedingen van bedrijven en burgers op peil te houden of omhoog te krijgen. De eerste interventies liggen dus op behoud van werkgelegenheid (subsidies aan bedrijven) en behoud van koopkracht (sociale zekerheid aan burgers). Iedereen profiteert als de belastingen verlaagd worden, vooral in het bruto-naar-netto-traject. Vaak stimuleert de overheid zelf de werkgelegenheid door extra te investeren, bijvoorbeeld in de infrastructuur en woningbouw.
Bij de frictiewerkloosheid probeert men de informatievoorziening tussen vragers en aanbieders te verbeteren. Er wordt gestreefd naar snellere sollicitatieprocedures en versoepeling van het ontslagrecht. In regio’s maakt men zoveel mogelijk gebruik van regionale banenbanken. Nu burgerlijke gemeenten voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor uitvoering van de sociale zekerheid, zie je dat ze heel actief zijn in het maken van regionale arbeidsmarktplannen.
Bij de seizoenswerkloosheid wordt geprobeerd om de flexibiliteit van de mensen te vergroten, zodat ze inzetbaar zijn in andere seizoenen en in ander werk. En men probeert in de verschillende sectoren zelf meer werkgelegenheid te scheppen voor de rustige seizoenen.

Traditionele en vernieuwende soorten van oplossingen

De meest door de overheid en werkgevers gehanteerde oplossingsrichting is het vergroten van het aanbod van betaald werk. De banenmachine moet weer op toeren komen. De tweede veel gehanteerde oplossingsrichting is het vergroten van de inzetbaarheid van werknemers die werk zoeken: meer en betere scholing, grotere flexibiliteit bij het aannemen van werk, langer in de week en in je leven doorwerken. Een derde vaak bewandelde weg heeft te maken met de mensen die overblijven: zij moeten het doen met een minimaal inkomen in de sociale zekerheid en worden – ondanks dat hun kansen zeer gering zijn – voortdurend herinnerd aan hun baanloosheid en hun sollicitatieplicht.
Naast deze drie veel gehanteerde zijn er ook andere oplossingsrichtingen voorgesteld. In de praktijk hebben die echter weinig navolging gekregen. Toch zouden deze richtingen eens geprobeerd moeten worden.
De eerste richting is die van het basisinkomen. Benader de problemen van de economie vanuit de inkomenskant van burgers. Je behartigt dan dat bestedingen op peil blijven. Verder komen de andere vormen van werk meer in beeld, die nu onbetaald blijven: zorgwerk, opvoedwerk, vrijwilligerswerk, klein ondernemerschap.
De maatschappelijke relevantie van onbetaald vrijwilligerswerk, zoals bij een voedselbank, is zo groot, dat onze samenleving zonder deze arbeid niet goed zou functioneren.De tweede richting is die van het meer gaan belonen van onbetaald werk. Zet in op het financieren van zorgwerk, opvoedwerk, vrijwilligerswerk, werk in ondersteuning en begeleiding van mensen, werk in duurzaamheid. De kwaliteit van de samenleving en het milieu neemt erdoor toe. Werk wat nu maatschappelijk ondergewaardeerd blijft, krijgt weer meer belang.
De derde richting heeft te maken met het uit zijn krachten gegroeide inkomensgebouw. Er is veel werk ontstaan, dat niet direct productief is op de werkvloer, maar indirect, door ander werk aan te sturen. Vanwege die aansturing van mensen (managen) moet het hoger beloond worden. De verhoudingen zijn inmiddels zoekgeraakt. In het geding zijn de hoge bonussen, de extra faciliteiten naast het loon, pensioen- en ontslagregelingen, hoge inkomens boven de norm van het salaris van de Minister-president. Als het gehele loongebouw soberder wordt ingericht, kan er meer geld naar de werkvloer gaan waar het werk gedaan moet worden en waar men nu mensen tekort komt.
De vierde richting is het investeren in werk dat een bijdrage levert aan het terugdringen van de wereldwijde voedsel-, grondstoffen- en klimaatcrisis. Het is een oude en verkeerde reflex om, als een economische recessie dreigt, milieu-investeringen weg of op de lange baan te schuiven. Investeren in duurzame werkgelegenheid leidt op de korte en langere termijn juist tot groot economisch en maatschappelijk rendement.

Hub Crijns is directeur van landelijk bureau DISK

De brochure is uitverkocht. U kunt gratis het pdf-document downloaden.

omhoog

Naar openingspagina Zondag van de Arbeid 2010

home