home

PROJECTEN

ZONDAG VAN DE ARBEID
BIDDAG VOOR GEWAS EN ARBEID
DANKDAG VOOR GEWAS EN ARBEID

2011

CRISIS... KANS OP VERANDERING
Zondag van de Arbeid, 1 mei

Zondag van de Arbeid, Biddag en Dankdag voor Gewas en Arbeid Door Hub Crijns

Inleiding
Het geloof wordt beproefd, vooral in een crisis
Handelingen 2,42-47
Johannes 20-19-31
Suggesties voor liederen
1 Mei: Sint Jozef de Arbeider

Inleiding

De Zondag van de Arbeid is door de Bisschoppenconferentie op de kalender geplaatst op of rond 1 mei in elk jaar. Vanwege de wisselende paasdagen wisselt de datum elk jaar. In 2011 valt 1 mei op zondag. Het is tevens de tweede zondag van Pasen.
Volgens het Ordo Lectionum Missae zijn er de volgende lezingen: 1 Petr. 2,2; Hand. 2,42-47; Ps. 118,1-2.16-17.22-23; 1 Petr. 1,3-9 en Joh. 20,19-31.
Mgr. de Korte, bisschop-referent voor Kerk en Samenleving heeft in februari een aanbevelingsbrief geschreven voor de parochies.
Het thema dat DISK in 2011 hanteert luidt: Crisis… kans op verandering. Collecten kan men storten op ING bankrekening 3532031 ten name van Bureau DISK te ’s-Hertogenbosch

NB. In het boekje Crisis…kans op verandering staat helaas een storende fout. De op pag. 49-51 genoemde en besproken teksten zijn die van 24 april, de zondag van Pasen. Onze excuses bij deze misser. Bovenstaand de juiste teksten en onderstaand enkele overwegingen daarbij.

omhoog

Het geloof wordt beproefd, vooral in een crisis

De teksten van vandaag gaan allemaal over crisis, over beproeving. Midden in het leven zijn mensen geconfronteerd met voor hen grote rampen. Mensen zijn overleden. Het leven is bedreigd. Tradities worden op zijn kop gezet. De Heer is overleden. Hun geloof wordt beproefd. Is er nog uitzicht of perspectief na het zwarte gat, waarin ze terecht gekomen zijn?

De drie lezingen en de psalmtekst van deze tweede zondag van Pasen hangen sterk met elkaar samen. Ze spreken over het fundament van het christelijk leven: geloof in de Verrezen Heer, ondanks alle crisis en tegenslag. De teksten getuigen aan de mensen, die de Heer niet hebben gekend en gezien, om te leven met geloof in God en met de krachtige hoop op de uiteindelijke redding en heerlijkheid. Het leidende thema komt uit 1 Petr. 1,8: “Hem hebt u lief zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem hoewel u Hem ook nu niet ziet”.
Uit de teksten komen vier elementen komen naar voren, die de geloofsgemeenschap typeren.

  • Ons leven is door de doop verbonden met Jezus Christus, die voor ons geleden heeft en door God tot nieuw leven is opgewekt (nu en in de toekomst).
  • Er ontstaat een gemeenschap van ‘nieuwe mensen’, waartoe God ieder roept.
  • Er wordt een nieuwe stijl van leven gezocht en geprobeerd, geënt op leven en werken van Jezus, die zich uit in ‘breken en delen’, in solidariteit.
  • Het vertrouwen dat bij alle lijden en beproeving wij doorgaan met het geloof in Jezus. Wij vertrouwend op God in ons gebed en de eredienst. De gezamenlijke maaltijd speelt daarin een wezenlijke rol, die mogelijk ook de setting is van viering van de eucharistie (God en mens).

De lezing uit de Handelingen geeft de ervaring van de eerste gemeente aan. De verzen uit Psalm 118 reiken de ervaring van crisis aan, waarin het geloof beproefd wordt. De lezing uit1 Petrus past dit toe op de geloofsgemeenschap. Het evangelie van Johannes spreekt over dit fundament: mensen zullen leven vanuit de opgestane Heer, die geleden heeft. Hoewel zij de Heer niet hebben gezien, is Christus hun fundament van geloof in God en hoop op redding. God handelt in Jezus de Christus tot heil van allen.

omhoog

Handelingen 2,42-47

De tekst van Lucas over het leven van de eerste geloofsgemeenschap is vaak besproken. Is het werkelijk een voorbeeld van hoe je de crisis te lijf kan gaan, hoe je eruit kan komen door alles met elkaar te delen in het geloof van Jezus, de verrezen Heer? Of beschrijft Lucas ons een ideaal om naar te streven? Als we de tekst van vandaag vergelijken met Hand. 4,32-35 en 5,12- 16 ontstaan al een aantal tegenstellingen. In het verhaal van Hand. 2 ontstaat de indruk dat ieder alle bezit bij elkaar legde. Handelingen 5 laat zien dat ‘slechts’ in geval van nood vermogende mensen een deel van hun bezit te gelde dienen te maken om in de nood van een ander te voorzien (vgl. Petrus in Handelingen 5.4 tot Ananias). En Handelingen 6 beschrijft een flinke spanning tussen de Hellenen en Hebreeën met betrekking tot de armenzorg en dat was verre van een ideale situatie.
In de Handelingen schildert Lucas ons wellicht meer de gewenste situatie overeenkomstig de leer van de apostelen dan de werkelijke situatie. Dat is overigens echt Joods: feitelijkheid en wenselijkheid lopen door elkaar heen. Vanuit het dagelijks leven van de eerste christengemeenten met veel ervaringen van crisis en tegenslag is de kernvraag: kun je geloven in wat nog niet is? Kun je daar aan bijdragen? De eerste christenen weten zich geroepen tot een nieuw leven in Christus, samenkomend in een gemeenschap die geleid wordt door het onderricht van de apostelen, in solidariteit het bezit deelt, en trouw is, eensgezind in het gebed, de gerichtheid op God (zie ook 1 Petr. 2,1-10).
Lucas spreekt over een snelle groei van het aantal mensen dat het woord aanneemt. Er bestaat geen twijfel over, wie deze groei heeft bewerkt: de Heer zelf (v. 47). Aan hen die komen wordt ‘redding’ in het vooruitzicht gesteld. Over de ‘redding’ horen we meer in de andere Schriftteksten van vandaag.

omhoog

Johannes 20-19-31

In het slotdeel van het Johannes evangelie is Thomas de man die centraal staat. Hij is een leerling, een gelovige, een man die door het sterven van Jezus ontgoocheld is en die de verhalen over de verrijzenis amper kan geloven. Thomas is een realist, die zich afvraagt hoe door de crisis heen te komen. De kern van dit slotverhaal is de wending die Thomas doormaakt: ja, het is waarlijk de verrezen Heer die hier voor me staat. Zijn belijdenis vat het verhaal van hemzelf en het evangelie van Johannes samen: “Mijn heer en mijn God”. De crisis van Thomas wordt vervolgt met een stevige verandering: ook Thomas wordt een gezagvol apostel, zie Johannes 21,2.
Johannes beschrijft in zijn evangelie telkens verhalen die draaien rondom ‘waarnemen’, ‘zien’ en ‘geloven’. Vaak voert hij verschillende mensen op, die elk een eigen ervaring van ontdekken weergeven. In dit verhaal van Thomas komt het ‘niet-zien en toch geloven’ aan de orde. Johannes legt ons uit, dat ‘zien’ geen voorwaarde is om tot geloof te komen, getuige de uitspraak van Thomas: “gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.”
Zo hebben we ook nu elkaars ervaringen nodig om te verstaan wat ons overkomt. In de Bijbel en het evangelie zijn alle gebeurtenissen uit ons leven een duiding voor geloven. De kans op verandering uit een crisis ligt voor Johannes en voor ons als christenen hierin dat God zich in de geschiedenis van mensen laat kennen. Dat we het gezicht van deze God herkennen in wat er gebeurt. En als we die gelovige herkenning ervaren krijgen we oog en oor voor duurzame oplossingen. Dan zien we een andere toekomst, een nieuw leven. 

omhoog

Suggesties voor liederen

Lied 591 (GVL) ‘Lied van de opstanding’
Lied 411 ‘Christus die verrezen is’
Lied 428 (GVL) ‘Deze wereld omgekeerd’
Lied 534 (GvL) Verblijdt U in de Heer te allen tijde’
Psalmen: 15, 16, 19, 72, 118

omhoog

1 Mei: Sint Jozef de Arbeider

De heilige Jozef, volgens de evangeliën Matheus en Marcus timmerman in Nazareth, wordt op 19 maart en op 1 mei vereerd. De kerk gedenkt het werkzame leven van de echtgenoot van Maria op 1 mei. In 1955 stelt Paus Pius XII (1939-1958) 1 mei als feestdag in, ook wel bekend als Sint Jozef Opifex. In veel landen is 1 mei de Dag van de Arbeid. De R.-K. Kerk brengt op deze dag in herinnering wat volgens het christelijk geloof de waarde van de menselijke arbeid is. Werk en het inzetten van je talenten is een eerbetoon aan de gaven van God.
De Zondag van de Arbeid wordt in 2011 gevierd op zondag 1 mei. Dit jaar heeft deze zondag een extra feestelijke dimensie vanwege de zaligverklaring van paus Johannes Paulus II. Deze paus is o.a. bekend vanwege zijn grote aandacht voor de arbeid, hij wijdde er in 1981 een aparte encycliek, Laborem exercens, aan. Johannes Paulus II wees er op dat er in de moderne tijd over werk veelal gedacht wordt in termen van productiviteit. We dreigen mannen en vrouwen dan gemakkelijk te reduceren tot instrumenten die vooral nuttig zijn om het hogere doel van een hoge winst zeker te stellen. Johannes Paulus II benadrukte de waardigheid van de menselijke persoon, die iedere arbeider is. Die menselijke persoon is nooit alleen middel, maar altijd ook zelf doel. Dat betekent bijvoorbeeld dat arbeid en arbeidsomstandigheden menswaardig dienen te zijn. Die boodschap is nog altijd actueel!

omhoog

Naar openingspagina Zondag van de Arbeid 2011

home