home

PROJECTEN

ZONDAG VAN DE ARBEID
BIDDAG VOOR GEWAS EN ARBEID
DANKDAG VOOR GEWAS EN ARBEID

2011

FLEXIBEL EN BEZIELD?
6 november: Dankdag voor gewas en arbeid
Liturgische suggesties

Door Mirjam van NieZondag van de Arbeid, Biddag en Dankdag voor Gewas en Arbeid

Lezingen volgens het Oecumenisch Leesrooster: 1 Kronieken 29,10-26. Psalm 103 en Lucas 17,11-19.

Oefening in dankbaarheid
 
“Ik heb er niet zelf voor gekozen om geboren te worden, maar wil wel zelf kiezen hoe ik zal sterven”. Dit is een uitspraak die typerend is voor onze tijd. Autonomie en zelfbeschikking, spelen een grote rol. Mensen willen alles in eigen hand hebben, zelf bepalen hoe ze hun leven inrichten, zelf bepalen hoe ze met relaties omgaan, met geloven omgaan. En uiteindelijk ook zelf bepalen hoe ze omgaan met ziekte, en met het einde van dit leven. Zelfbeschikking wordt ervaren als iets waar je recht op hebt, een recht dat je moet nemen, anders ontgaat het je. Dat het leven iets is, dat je uit Gods hand ontvangt, is een gedachte die hier heel ver vanaf staat. En dat het leven iets is, waar je dankbaar voor kan zijn, komt al helemaal niet boven. Want je moet eerst kunnen ontvangen, om dankbaar te kunnen zijn. Als je alles zelf in eigen hand wilt hebben, ben je niet bereid of in staat te ontvangen. Waarom is het zo moeilijk dingen te ontvangen uit de hand van God? Klinkt hier op de achtergrond onbewust mee, zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus, waar staat dat wij uit Gods vaderlijke hand ontvangen, loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid? Wij hebben er geen zin in al deze dingen te ontvangen. Het is een interpretatie van Mattheus 10:29, over de mus die van het dak valt, maar daar komt het woord ‘vaderlijke hand’ helemaal niet in voor. Het gaat er om dat God erbij is, aanwezig is. Of is het de angst om de controle te verliezen? Als je alles in eigen hand hebt en houdt, dan heb je alles onder controle. Maar dan heb je geen vertrouwen, dingen aan een ander over te laten, aan een medemens, laat staan aan God.

omhoog

Danklied van David

In Kronieken 29:10-16 vinden wij een danklied van David. David staat aan het einde van koningschap, zijn zoon Salomo staat op het punt om het koningschap over te nemen. Het danklied van David heeft betrekking op de materialen die zijn verzameld voor de bouw van de tempel. David zelf zal deze tempel niet bouwen, dat ligt nog in de toekomst. De volgende generatie zal hier veel werk aan hebben. Maar alles wat er voor nodig is, is verzameld. Er is goud, zilver, koper, hout, en bijzonder gesteente. Het zijn vrijwillige gaven (uit eigen aandrift vertaalt de Naardense Bijbel). Het volk heeft dit gegeven uit vrije wil, zonder verplichting, zoals ook in het boek Exodus vrijwillig gegeven werd, voor de inrichting van de tent van samenkomst.
In de verzen hiervoor worden al die materiële goederen opgenoemd, maar het danklied gaat over God zelf. Als in een psalm worden Gods grootheden opgenoemd, groots, machtig, vol luister, roem en majesteit. Want al die kostbaarheden, zijn uiteindelijk afkomstig uit de hand van God. (Vers 12) “In uw hand liggen macht en kracht besloten, u beslist wie groot en machtig is”, “in uw hand is het om grootheid en sterkte te schenken” (Naardense Bijbel). De hand van God speelt hier een belangrijke rol. De hand van God staat voor Gods daden, en vaak wordt de hand van God ook vertaald, met de macht van God. Als David zegt dat alles uit de hand van God is ontvangen, is dat in feite een belijdenis. De kern van deze belijdenis is vers 14, het is uit uw hand, en wij geven het aan u. Gezang 333 (LvK) is een dooplied, over de dankbaarheid van de komst van een kind. Hier wordt prachtig gespeeld met de woorden ‘hand’ en ‘ontvangen’. “Wij hebben het van u ontvangen, wij geven 't u in uwe hand.” Het nieuwe leven is ontvangen uit de hand van God, en met de doop wordt het in de hand van God gegeven.
David beschrijft de dingen die uit Gods hand ontvangen zijn. En daar zitten geen droogte of krankheid, of onvruchtbare jaren bij. Hij ziet de mooie en goede en genadevolle dingen. David is in staat tot dankbaarheid, omdat hij in staat is alles te zien als gave vanuit de hand van God. David is niet teleurgesteld, omdat hij de tempel niet mag bouwen. Hij moet dat overlaten aan de volgende generatie, hij moet dat uit handen geven. Maar daarmee wordt duidelijk dat hij vertrouwen heeft in die volgende generatie. Hij durft het los te laten, omdat het vertrouwen er is dat die volgende generatie het goed zal doen. David is daarmee flexibel, hij houdt niet krampachtig vast, aan het zelf willen bouwen van die tempel. En David is daarmee bezield, namelijk vervuld van het geloof, dat alles een gave is uit de hand van God, en het geloof, dat het in de toekomst goed zal komen.

omhoog

Genade herkennen

Willen wij alles onder controle houden? Willen wij alles in eigen hand houden? Of hebben we flexibiliteit dingen los te laten, en hebben we de bezieldheid, de genade uit de hand van God te ontvangen. Er gebeuren dingen in dit leven, die wij niet in eigen hand hebben. Ziekte kan het noodzakelijk maken, dat wij dingen uit handen geven. Heel alledaagse dingen zoals boodschappen doen, onszelf wassen, moeten wij uit handen geven. Is het vertrouwen er wel om dat uit handen te geven? Is er vertrouwen in de gezondheidszorg, of wordt de gezondheidszorg gezien als iets waar je recht op hebt, en waar je van moet nemen wat je kunt krijgen?
Hulp vragen, hulp ontvangen, uit de handen van een ander, is voor velen een probleem. En dus is het helemaal moeilijk om dankbaar te zijn voor hulp van anderen. Van de tien zieken die genezen worden, komt er maar één terug, om zijn dankbaarheid te tonen. (Lucas 17:11-19) Die had herkend uit wiens hand hij de genezing had ontvangen, die had de genade herkend. Die anderen hebben een genezing genomen als een recht, dat ze konden opeisen. Zij hebben het niet ontvangen als een genade, en daarom konden ze ook geen dankbaarheid tonen.
Dankdag voor gewas en arbeid kan een oefening zijn in dankbaarheid. En daarmee een oefening in het ontvangen. Het ontvangen uit de hand van onze medemens, het ontvangen uit de hand van God. Een oefening ook in de bereidheid dingen over te laten en los te laten. Dat vraagt om vertrouwen, in die medemens, en vertrouwen in God. Wat we uit Gods hand ontvangen is vol van genade.
 
Suggesties voor liederen
 
Lied 37 (T) ‘Zingt een nieuw lied, alle landen’ (4 coupletten)
Lied 157 (T) ‘Gedenken wij dankbaar de daden des Heren’ (4 coupletten)
Gezang 333 (LvK) ‘O Here God, – ons liefst verlangen’ (5 coupletten).

omhoog

Bestellen
Flexibel en Bezield is nummer Ondersteboven 2013-1 en kost 2,50 exclusief portokosten. Bestellen kan via
info@disk-arbeidspastoraat.nl of via het bestelformulier op deze site:

bestelformulier

Mirjam van Nie is predikant van de protestantse gemeente Heeze.

omhoog

Naar openingspagina Zondag van de Arbeid

home