home

PROJECTEN

ZONDAG VAN DE ARBEID
BIDDAG VOOR GEWAS EN ARBEID
DANKDAG VOOR GEWAS EN ARBEID

2011

WERKEN MET TOEKOMST!
Materiaal voor viering en gesprek Zondag van de Arbeid 4 mei

Dit jaar is de Derde zondag van Pasen de Zondag van de Arbeid. Schriftlezingen: Hand. 2,14.22-23; Ps. 16; 1 Petr. 1,17-21; Lc. 24,13-35.

Eerste Schriftlezing: Handelingen 2,14.22-32

Tijdens de viering van het Wekenfeest/Pinksteren (de gave van de Tora op de berg Sinaï in 70 talen = bestemd voor alle volkeren) houdt Petrus, te midden van de elf andere apostelen, zijn tweede verkondiging (vgl. 1,15-22). Aan de hand van de profeet Joël (3,1-5) duidt hij wat er op dit Pinksterfeest is gebeurd. God heeft zijn Geest uitgegoten over alle mensen en de Twaalf verkondigen Gods grote daden in vele talen (2,1-13): “Ieder die de Naam van de Heer aanroept zal gered worden!” Er is dus een nieuwe toekomst voor iedereen. De woorden van Joël past Petrus toe op Jezus uit Nazareth. Hij is de door God gezondene. De Israëlieten hebben hem door heidenen laten kruisigen en vermoorden, maar de getrouwe God heeft hem tot leven gewekt! Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften (CREDO).
Aan de hand van de woorden van de aartsvader/dichter David (Ps. 16) maakt Petrus duidelijk, dat aan de macht van de dood over Jezus een einde is gekomen en dat Hij de weg van het leven is gegaan. Met een profetische blik heeft David de opstanding van de Messias voorzien. Petrus en de andere leerlingen getuigen met hart en ziel, dat Jezus door de Levende tot leven is gewekt. Hij is niet overgeleverd aan het dodenrijk, maar is door God verheven, zit aan zijn rechterhand en heeft van de Vader de heilige Geest, de beloofde, ontvangen. Deze Geest is op Petrus en de andere leerlingen neergedaald. Zij zijn dus niet dronken, maar vol van de heilige Geest. “Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en Messias is aangesteld!” (2,36).

omhoog

Evangelielezing: Lukas 24,13-35

Het verhaal van de Emmaüsgangers speelt zich af na de sabbat. Op de zesde dag schept God de Mens – mannen en vrouwen, schouder aan schouder – in zijn beeld om op hem metterdaad te gaan gelijken. Het eerste waartoe God de mens uitnodigt is om met hem zich te verpozen, de sabbat vierend te gedenken. Vanuit deze rustdag, waarop de mens zijn bestemming viert, mag hij/zij aan het werk. De sabbat is niet een losse dag ná de werkweek, maar een onderdeel ván die week. In het licht van de sabbat wordt duidelijk, of wat wij doen scheppings- en bevrijdingswerk (Deut. 5,12-15) is of niet. Het is een dag met een sociale betekenis die de gehele week en het gehele werk geldt. De tegenstelling is niet: werk – vrije tijd, maar werk dat de naaste en de vreemdeling schaadt én werk dat mensen bevrijdt, (samen)leven in gerechtigheid en vrede mogelijk maakt. Op de sabbat vieren wij dat God de schepper is en dat wij schepselen zijn, broeders en zusters van elkaar en dat ook de dieren, de vogels, de vissen, de bloemen en de bomen, ja heel onze zuster Moeder Aarde, schepselen zijn, dus kostbaar in Gods ogen.
De sabbat maakt het ons mogelijk om (betaald en onbetaald) werk anders te gaan waarderen. Het gedenken van de sabbat, waarop wij alle tijd hebben voor ons zelf, de naaste en de vreemdeling en voor God, bepaalt meer onze identiteit als mens dan het (belangrijke) werk dat wij al dan niet doen. De sabbat, deze geschonken rust, helpt bij onthaasting, stelt de mens centraal en niet zijn werk of economisch nut. De sabbat is niet een dag in onze volgepropte succes-agenda, maar een extra dag, een cadeau uit de hemel, waarop het leven in rust en vrede gevierd mag worden. Een dag waarop wij onze bestemming leren en vieren: Gods partner te zijn bij het humaniseren van de wereld. Dan leven en werken wij met toekomst, Gods toekomst, ook in onzekere tijden. Zo’n dag kun je geen week overslaan!

omhoog

Zij herkennen hem bij het breken van het brood…

In het licht van de sabbat wordt duidelijk, of wat wij doen scheppings- en bevrijdingswerk is of niet.In het licht van het vieren van de sabbat (24,1), op de eerste dag van de week, gaan de vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea naar het graf (24,1-12). Tegelijkertijd gaan twee leerlingen gedesillusioneerd van Jeruzalem naar Emmaus. Zij zijn bedroefd en ontgoocheld dat Jezus, een machtig profeet in daad en woord, gekruisigd is. Terwijl Kleopas en zijn metgezel hierover praten komt een vreemdeling (Jezus die zij niet herkennen) naar hen toe. Hij is in hun gesprek geïnteresseerd en laat hen hun verhaal doen. Hun hoop dat deze profeet degene was die Israël zou bevrijden, is vervlogen, want het is al de derde dag sinds Hij is vermoord (Hos. 6,2). Het verhaal van enkele vrouwen over een leeg graf, een verschijning van engelen die zeiden dat Hij leeft, heeft hen in verwarring gebracht (24,13-24).
De vreemdeling heeft goed geluisterd naar de twee leerlingen die Jeruzalem achter zich laten op weg naar Emmaus. Aansluitend bij hun verhalen, geeft Hij zijn visie op de Messias. Zijn hun hart en verstand verduisterd, dat zij niet alles geloven wat de Profeten gezegd hebben? In een leerhuisgesprek verklaart Hij aan de hand van Tora, Profeten en Geschriften waarom de Messias ‘moest’ lijden om zijn glorie binnen te gaan.
Bijna in Emmaus dringen Kleopas en zijn metgezel bij de vreemdeling erop aan om met hen mee te gaan naar hun huis. Geïnspireerd door het luisterend oor en de woorden over de Messias zijn zij gastvrij voor deze vreemdeling. Aan tafel gedraagt de gast zich als gastheer: “Hij nam het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.” Dankzij het breken van het woord en het brood door de vreemdeling gaan hen de ogen open en herkennen zij Hem. In deze vreemdeling is de Messias aan het licht gekomen. Zij hebben Hem herkend door zijn woorden onderweg en bij het breken van het brood. Vol van deze ervaring gaan zij snel terug naar de Twaalf in Jeruzalem om aan hen te vertellen dat Hij leeft. Terug in Jeruzalem worden zij vreugdevol ontvangen met de blijde boodschap: “De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt (door God) en Hij is aan Simon verschenen!” Er is weer toekomst voor de leerlingen en wat voor een toekomst!

omhoog

De Heer is onze reisgenoot

De Heer is onze reisgenoot,
Hij die ons zijn gezelschap bood
en sprekend over kruis en graf
geduldig tekst en uitleg gaf.

Zo valt een lange weg ons licht,
de schrift opent een vergezicht
en brengt verdwaalden dicht bij huis,
verloren zonen komen thuis.

De avond daalt, blijft bij ons Heer!
Hij zet zich aan de tafel neer
en breekt het brood en schenkt de wijn,
die gast, het moet de gastheer zijn!

Wij keren naar Jeruzalem,
ons brandend hart verneemt zijn stem,
Hij deelt met ons het daaglijks brood,
de Heer is onze reisgenoot.

Jaap Zijlstra, Liedboek 646.

omhoog

Suggesties voor liederen

Lied 643 ‘Intochtslied’, (GvL).
Lied 609 ‘Van de Emmaüsgangers’ (GVL).
Lied 255 ‘Gij volgt ons uit Jeruzalem’ (L).

omhoog

Te raadplegen literatuur

De Bijbel spiritueel, Zoetermeer 2004, 575-581.
H. Janssen ofm, Geschonken rust: Je laten onderbreken, in: Raderwerk-2, 35 (juni 2001) 15-16.

Auteur Henk Janssen ofm is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Verkondiging.

Werken met toekomst! is nummer Ondersteboven 2014-1 en kost 2,50 exclusief portokosten. Bestellen kan via info@disk-arbeidspastoraat.nl.

omhoog

Naar openingspagina Zondag van de Arbeid

home