Wat is een fictieve arbeidsongeschiktheid?

Portret van Jan Willems, HR-adviseur en arbeidsrechtspecialist
Jan Willems
HR-adviseur en arbeidsrechtspecialist
UWV, WIA & Sociale Zekerheid · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Een dag dat je werk niet meer lukt, voelt onzeker. Wat nu? Het UWV kijkt naar je situatie en soms hoor je: je bent ‘fictief arbeidsongeschikt’.

Dat klinkt ingewikkeld, maar het is een heel bepaald scenario rond je WIA-uitkering. Je bent niet letterlijk ziek, maar de wet behandelt je alsof je niet meer kunt werken. Dit is cruciaal voor je geld en je toekomst. In deze uitleg leg ik je stap voor stap uit wat dit betekent, wat het UWV doet, hoe het je uitkering beïnvloedt en wat je kunt doen als je het er niet mee eens bent.

Definitie van fictieve arbeidsongeschiktheid

Wat betekent fictief arbeidsongeschikt?

Fictief arbeidsongeschikt betekent dat je wettelijk wordt behandeld alsof je niet meer kunt werken, terwijl je lichamelijk of psychisch misschien wel in staat bent om te werken. Dit gebeurt vooral bij een WIA-beoordeling. De fictie ontstaat vaak als je werkgever geen passend werk aanbiedt, of als je werk is gestopt zonder dat er ander passend werk is.

Je bent dan ‘fictief’ arbeidsongeschikt omdat de situatie rondom je werk het onmogelijk maakt om aan de slag te gaan.

Dit is een juridisch constructie, geen medische diagnose. De kern is dat de wet je beschermt.

Je recht op een uitkering blijft bestaan als het werk niet beschikbaar is of niet bij je past. Je hoeft niet letterlijk ziek te zijn om recht op WIA te hebben. De fictie zorgt ervoor dat je niet tussen wal en schip valt.

Het verschil met feitelijke arbeidsongeschiktheid

Dit is anders dan een ziekmelding; het draait om je arbeidsmogelijkheden en de beschikbaarheid van passend werk.

Feitelijke arbeidsongeschiktheid betekent dat je door ziekte of beperkingen echt niet kunt werken. Je hebt klachten, beperkingen en een arts stelt vast dat je werkvermogen is verminderd. Bij fictieve arbeidsongeschiktheid is er geen sprake van een actieve ziekte of beperking, maar is er wel een situatie die werken onmogelijk maakt. Bijvoorbeeld: je werkgever heeft geen passend werk, je contract is beëindigd zonder redelijk alternatief, of er is geen ander passend werk beschikbaar.

Het verschil is belangrijk voor je uitkering en je re-integratie. Bij feitelijke arbeidsongeschiktheid volg je een medisch traject en een re-integratieplan.

Bij fictieve arbeidsongeschiktheid ligt de focus op het benutten van je theoretische verdiencapaciteit en het vinden van passend werk, zonder dat je medisch beperkt bent.

Je bent dus ‘werkbaar’ maar zit in een situatie waarin werken niet realistisch is.

Wanneer stelt het UWV dit vast?

Beoordeling door de verzekeringsarts

De verzekeringsarts van het UWV bekijkt je medische situatie. Bij fictieve arbeidsongeschiktheid is er geen sprake van een medische beperking die werken onmogelijk maakt.

De arts stelt vast dat je in principe kunt werken. Dit is een belangrijk uitgangspunt.

De arts geeft een advies over je belastbaarheid, maar de kernvraag is: is er passend werk beschikbaar? De verzekeringsarts kijkt naar je medische voorgeschiedenis, je klachten en je functioneren. Als er geen medische beperkingen zijn, wordt er geen arbeidsongeschiktheid vastgesteld op medische gronden. Wel kan het UWV besluiten dat je fictief arbeidsongeschikt bent vanwege de arbeidssituatie.

De rol van de arbeidsdeskundige

Dit is een juridische beoordeling, geen medische. De arbeidsdeskundige van het UWV kijkt naar je werk en je mogelijkheden op de arbeidsmarkt.

Hij of zij beoordeelt of er passend werk is en of je dat kunt doen. De arbeidsdeskundige maakt een inschatting van je theoretische verdiencapaciteit: wat zou je kunnen verdienen als je aan de slag zou gaan in een passende functie? De arbeidsdeskundige onderzoekt je opleiding, werkervaring en de beschikbare vacatures.

Hij of zij bekijkt of je kunt reizen naar werk, of je aanpassingen nodig hebt en of er voldoende passend werk is. Als er geen passend werk is, kan het UWV besluiten dat je fictief arbeidsongeschikt bent.

Dit is een belangrijk moment in je WIA-beoordeling. De theoretische verdiencapaciteit is een schatting van wat je zou kunnen verdienen als je aan de slag zou gaan.

Theoretische verdiencapaciteit

Dit bedrag is gebaseerd op je opleiding, ervaring en de arbeidsmarkt. Het UWV gebruikt dit bedrag om je uitkering te berekenen. Als je fictief arbeidsongeschikt bent, betekent dit dat je uitkering wordt gebaseerd op het idee dat je niet kunt werken, terwijl je theoretisch wel zou kunnen verdienen.

De verdiencapaciteit is geen garantie. Soms is er sprake van een geen benutbare mogelijkheden (GBM) verklaring als inschatting.

Als je geen passend werk vindt, blijft je uitkering bestaan. Het UWV houdt rekening met je beperkingen en de beschikbaarheid van werk.

Dit is een complexe berekening, maar het doel is om je inkomen te beschermen terwijl je zoekt naar werk.

Gevolgen voor je WIA-uitkering

Hoogte van de uitkering

De hoogte van je WIA-uitkering hangt af van je mate van arbeidsongeschiktheid.

Bij fictieve arbeidsongeschiktheid is er geen medische beperking, maar je uitkering kan toch hoog zijn als er geen passend werk is. Het UWV berekent je uitkering op basis van je theoretische verdiencapaciteit en je loon. Je uitkering kan bestaan uit een WGA-uitkering of een IVA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten of Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsgeschikten).

Restverdiencapaciteit benutten

Bij fictieve arbeidsongeschiktheid gaat het vaak om een WGA-uitkering. De hoogte hangt af van je verdiencapaciteit en je loon.

Je uitkering kan variëren van 70% tot 75% van je dagloon. De restverdiencapaciteit is het deel van je inkomen dat je nog kunt verdienen ondanks je beperkingen.

Bij fictieve arbeidsongeschiktheid is er geen medische beperking, maar er is wel een situatie die werken bemoeilijkt. Het UWV verwacht dat je je restverdiencapaciteit benut. Dit betekent dat je actief moet zoeken naar passend werk. Je moet laten zien dat je zoekt naar werk en dat je beschikbaar bent.

Het UWV kan je vragen om sollicitatiebewijzen of een plan van aanpak. Als je niet actief zoekt, kan je uitkering worden verlaagd. Het is belangrijk om je in te spannen voor re-integratie, ook als je fictief arbeidsongeschikt bent.

Bezwaar maken tegen de beslissing

Gronden voor bezwaar

Als je het niet eens bent met de beslissing van het UWV, kun je bezwaar maken. Je kunt bezwaar maken tegen de vaststelling van fictieve arbeidsongeschiktheid.

Je kunt bijvoorbeeld betwisten dat er geen passend werk is, of dat je theoretische verdiencapaciteit te hoog is ingeschat.

Termijnen

Je kunt ook bezwaar maken tegen de hoogte van je uitkering. Je kunt argumenten aandragen dat je wel degelijk medische beperkingen hebt, of dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met je situatie. Het is belangrijk om je bezwaar goed te onderbouwen met bewijzen, zoals medische rapporten of sollicitatiebewijzen.

Je moet binnen zes weken bezwaar maken tegen de beslissing van het UWV. Deze termijn begint op de datum van de beslissing. Als je te laat bent, kun je geen bezwaar meer maken. Het is dus belangrijk om snel te handelen.

Stuur je bezwaarschrift naar het UWV met de juiste juridische gronden.

Zorg dat je een kopie bewaart. Het UWV moet je bezwaar behandelen en een nieuwe beslissing nemen.

Dit proces kan enkele maanden duren. Wees geduldig, maar blijf actief.

Juridische hulp bij fictieve arbeidsongeschiktheid

Advocaat inschakelen

Een advocaat kan je helpen bij het indienen van bezwaar en het procederen tegen het UWV. Een advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht en sociale zekerheid kent de regels en kan je zaak goed voorbereiden.

Hij of zij kan je helpen met het verzamelen van bewijzen en het opstellen van een bezwaarschrift. Je kunt een advocaat inschakelen via een juridisch loket of een gespecialiseerd kantoor. Kies een advocaat die ervaring heeft met WIA-zaken en fictieve arbeidsongeschiktheid.

Kosten en vergoedingen

Een goede advocaat vergroot je kansen op een succesvol bezwaar. De kosten voor een advocaat kunnen oplopen.

Een advocaat kost al snel enkele honderden euro’s per uur. Als je een laag inkomen hebt, kom je mogelijk in aanmerking voor een toevoeging (pro deo). Dit betekent dat je een eigen bijdrage betaalt, die kan variëren van €0 tot €300, afhankelijk van je inkomen.

Je kunt ook een rechtsbijstandverzekering hebben die de kosten dekt. Check je polis voor de dekking.

Als je geen verzekering hebt en een laag inkomen, vraag dan bij het juridisch loket om een toevoeging.

Dit maakt juridische hulp betaalbaar. Onthoud dat je niet alleen staat. Fictieve arbeidsongeschiktheid is een complex onderwerp, maar met de juiste hulp kun je je rechten beschermen. Blijf proactief, documenteer alles en zoek hulp als je het niet alleen redt.

Portret van Jan Willems, HR-adviseur en arbeidsrechtspecialist
Over Jan Willems

Jan heeft 25 jaar ervaring in arbeidsrecht en helpt werknemers en werkgevers met hun rechten en plichten.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over UWV, WIA & Sociale Zekerheid
Ga naar overzicht →