Wat is een 'pre-pensioen' en bestaat dat nog?

Portret van Jan Willems, HR-adviseur en arbeidsrechtspecialist
Jan Willems
HR-adviseur en arbeidsrechtspecialist
Pensioen & Toekomst · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Een ‘pre-pensioen’ is een term die je misschien nog kent van je vader of moeder.

Een soort vroegpensioen, waarbij je stopt met werken vóór je de officiële pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Vroeger regelde de baas dat vaak. Tegenwoordig ligt dat een stuk ingewikkelder. De wereld van werk en pensioen is flink veranderd.

En dus vraag je je misschien af: bestaat zoiets als pre-pensioen nog? En zo ja, hoe werkt het dan voor jou?

Het korte antwoord is: ja, het idee bestaat nog steeds. De oude, gouden regelingen van weleer zijn grotendeels verdwenen, maar de wens om eerder te stoppen met werken is groter dan ooit.

De vraag is niet meer ‘krijg ik pre-pensioen?’, maar ‘hoe regel ik mijn eigen vroegpensioen?’. In dit stuk praten we daarover. Geen moeilijke woorden, maar een duidelijk verhaal over jouw opties.

De roemruchte tijd van het prepensioen

Laten we even teruggaan in de tijd. Pre-pensioen was vroeger een standaard onderdeel van veel cao’s, vooral in sectoren zoals de industrie, de metaal en de bouw.

Het was een regeling waarbij je met behoud van een groot deel van je salaris mocht stoppen met werken, vaak vanaf je 55ste of 60ste. De reden? Om ruimte te maken voor jongere werknemers.

Je baas regelde het en betaalde de rekening. Het voelde als een beloning voor een lang en trouw dienstverband. Die tijd is helaas voorbij. De overheid wilde dat iedereen langer zou doorwerken.

De AOW-leeftijd werd verhoogd en de Belastingdienst maakte het voor werkgevers financieel onaantrekkelijk om dure prepensioenregelingen in stand te houden.

Daarom zijn deze regelingen bijna overal afgeschaft. Als je nu hoort van iemand die met prepensioen is, dan heeft hij of zij waarschijnlijk nog een heel oude, beschermde regeling. Voor nieuwe gevallen bestaat dit niet meer.

Je eigen pre-pensioen regelen: de drie belangrijke potjes

Omdat de werkgever het niet meer regelt, moet je het zelf doen.

Je kunt je vroegpensioen zien als een soort drielaagse taart. Elk laagje zorgt voor inkomen op een andere manier.

Je moet ze alle dien op orde hebben om comfortabel eerder te kunnen stoppen. De onderste laag is je AOW. Dit is je basispensioen van de overheid. Je krijgt dit vanaf je AOW-leeftijd.

Die leeftijd stijgt de komende jaren naar 67 jaar en later misschien nog verder.

Als je wilt stoppen vóór je AOW-leeftijd, moet je dus zelf iets geregeld hebben om dat gat te overbruggen. De middelste laag is je pensioenfonds. Dit is het grootste deel voor de meeste mensen.

Je bouwt dit op via je werkgever. De regels van je fonds bepalen wanneer je met pensioen kunt.

Veel fondsen laten je eerder met pensioen gaan, maar dan krijg je per maand een lager bedrag.

Of je kunt pas op een latere leeftijd een volledig pensioen krijgen. Check je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) om te zien wat jouw mogelijkheden zijn. De bovenste laag, en de belangrijkste voor de jaren vóór je AOW, is je eigen vermogen.

Hoeveel geld heb je nodig?

Dit is je spaargeld, je beleggingen of de overwaarde van je huis. Dit potje moet het gat vullen tussen je laatste werkdag en het moment dat je AOW en je volledige pensioen ingaan.

Hoe meer jij hier zelf in hebt gestopt, hoe eerder je kunt stoppen.

Een precies getal geven is onmogelijk, maar je kunt wel rekenen. Tel je maandelijkse lasten eens op.

Je hypotheek, verzekeringen, boodschappen en wat je graag wilt doen. Stel dat je €2.500 per maand nodig hebt. En je wilt eerder stoppen met werken vanaf je 60ste, terwijl je AOW ingaat op je 67ste. Dan heb je 7 jaar lang €2.500 per maand nodig, bovenop je eventuele pensioen dat je al eerder kunt krijgen.

Dat is €2.500 x 12 maanden x 7 jaar = €210.000. Dit bedrag moet je dan hebben liggen op je 60ste, en dan moet je het ook nog slim beheren zodat het niet eerder op raakt.

Een flink bedrag dus. Dit toont direct aan waarom je vroeg moet beginnen met sparen en beleggen. Pre-pensioen is geen recht meer, het is een doel dat je financieel moet verdienen.

Verschillende paden naar je vroegpensioen

Er zijn verschillende manieren om je vroegpensioen te bereiken. Sommige zijn heel strategisch, andere hangen af van je sector, zoals bij de pensioenleeftijd in de zorg vs. de bouw.

We zetten een paar veelvoorkomende scenario’s op een rij. Een populaire optie is de verlofsparenregeling.

Hierbij spaar je jarenlang extra verlof op, vaak door overuren te maken of een deel van je salaris in te leveren voor vrije tijd. Aan het einde van je carrière neem je bijvoorbeeld een heel jaar vrij, of een dag per week, en stroomt je inkomen door via deze regeling. Dit is een manier om je afscheid te versnellen, zonder dat je direct al je spaargeld aanspreekt.

Een andere mogelijkheid is de deeltijdpensioenregeling. Dit is iets anders dan prepensioen.

Je stopt niet volledig, maar je gaat bijvoorbeeld van 5 dagen naar 2 of 3 dagen werken. Je pensioenfonds kan je helpen dit te financieren. Je inkomen wordt lager, maar je bouwt nog steeds een beetje pensioen op. Dit is een zachte landing in je pensioen en vaak makkelijker te regelen.

De meest realistische weg voor de meeste mensen is echter de Flexibele Uitloopregeling.

De kosten van je eigen regeling

Dit is een regeling die steeds vaker in cao’s wordt opgenomen. Je kunt je pensioen eerder, later of in delen laten ingaan. Je kunt bijvoorbeeld stoppen met werken op je 65ste, maar je pensioen alvast vanaf je 60ste laten uitkeren.

Je krijgt dan wel tot je AOW-leeftijd een lager bedrag, maar het vult je inkomen aan. Dit werkt met je eigen opgebouwde pensioen.

  • Je eigen inleg: een deel van je salaris maandelijks apart zetten.
  • Je tijd: je verdiepen in je pensioenoverzicht en de regels van je fonds.
  • Je levensstijl: misschien nu al iets minder uitgeven om later meer te kunnen.

Het regelen van je eigen vroegpensioen kost je niets aan een duur advieskantoor, tenzij je dat wilt. De ‘kosten’ zitten in je eigen gedrag. De kosten zijn: Vergeet niet dat je misschien recht hebt op fiscale voordelen als je extra pensioen opbouwt via je werkgever, waarbij je eigen woning een rol speelt in je pensioenplanning.

Vraag ernaar bij je HR-afdeling. Ze weten hier vaak te weinig over te vertellen, dus wees assertief.

Praktische tips om je doel te bereiken

Wil je werk maken van je eigen pre-pensioen? Begin dan vandaag nog.

  1. Lees je UPO. Pak je laatste Uniform Pensioenoverzicht erbij. Zoek op ‘eerdere pensioendatum’ of ‘flexibele pensioendatum’. Wat staat er? Welke data zijn mogelijk?
  2. Plan een loopbaangesprek. Vraag je leidinggevende of HR om een gesprek over je toekomst. Niet over je functioneren, maar over je loopbaaneinde. Bespreek de mogelijkheden voor verlof, deeltijdpensioen of een uitloopregeling. Wees duidelijk dat je hierover wilt nadenken.
  3. Reken je budget na. Maak een realistische inschatting van wat je nodig hebt als je stopt. Vergeet niet dat je in je pensioen minder kosten hebt (geen reiskosten, geen dure werkkleding), maar misschien wel meer tijd voor duurdere hobby’s.
  4. Zoek professionele hulp. Een loopbaanbegeleider of financieel planner kan je helpen om je opties op een rij te zetten. Zij kunnen helpen bij het maken van een stappenplan dat bij jouw leven past. Dit is geen kostenpost, maar een investering in je toekomstige vrijheid.

Wachten heeft geen zin. Hier zijn een paar concrete stappen die je meteen kunt zetten.

Het oude prepensioen is een hoofdstuk dat gesloten is. Maar het hoofdstuk over een zinvol en financieel onbezorgd vroegpensioen is net geopend. Het vraagt planning, discipline en soms een beetje lef. Maar de beloning is er ook naar: de vrijheid om te stoppen wanneer jij er klaar voor bent.

Portret van Jan Willems, HR-adviseur en arbeidsrechtspecialist
Over Jan Willems

Jan heeft 25 jaar ervaring in arbeidsrecht en helpt werknemers en werkgevers met hun rechten en plichten.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Pensioen & Toekomst
Ga naar overzicht →